Eckhart Tolle
retreat in Rishikesh

Reisverslag van Mieke Berger Ph.D.
Zij bezocht in februari 2002 de Parmarth Niketan Ashram,
waar Eckhart Tolle voor het eerst in India een retreat met talks
organiseerde. Mieke Berger woont, werkt en leeft als healer in
Costa Rica. Zij geeft regelmatig teachings op basis van haar
aan Advaita Vedanta verwante inzichten. Ook biedt zij weekkuren
aan, waar intensief gewerkt wordt aan het lichaam, en belangrijker
wellicht nog, aan het doen ontstaan van inzicht als middel om
persoonlijk lijden te beëindigen. U kunt met Mieke in contact
treden via haar e-mailadres: MFWBerger@Jinshinhealing.com Verder
beschikt zij over een website http://www.Jinshinhealing.com
Het is half twee in de ochtend
als het toestel met vluchtnummer LH 660 landt op het vliegveld
van New Delhi. De eerste etappe van mijn reis naar Rishikesh
zit erop. Het ligt in de bedoeling daar Eckhart Tolle's 7 daagse
retreat bij te wonen. Dit wordt welgeteld mijn 30e bezoek aan
mijn zozeer geliefde land India.
Na de landing volgt een vlotte
afhandeling door de immigratie- en douaneautoriteiten en een
halfuur later wacht ik op de taxi die me naar het Hotel zal brengen.
Tijdens het wachten komt de beruchte mist opzetten, die het vliegveld
als een wattendeken afdekt. Ik heb geluk gehad, het toestel waarmee
ik aangekomen ben is voor die nacht het laatste dat heeft kunnen
landen. Andere toestellen moeten uitwijken naar de luchthaven
van Jaipur of andere steden.
Terwijl ik sta te wachten op de
taxi overzie ik het nachtelijk straatbeeld met een mengeling
van verbazing, ongeloof en zelfs weemoed. Hoe anders ziet het
er uit dan de laatste keer dat ik in Delhi was, nu 7 jaar geleden.
Langzaam beginnen de veranderingen tot mij door te dringen. Het
is stiller en vooral schoner dan de laatste keer en de horden
opdringerige taxichauffeurs en neringdoenden ontbreken. En dan
opeens zie ik nog een groot verschil: de oude vertrouwde geel/zwarte
Ambassadors en Premiers zijn allemaal vervangen door schone en
nieuwe Koreaanse en Japanse autootjes. Vrijwel alle taxi's zijn
nu Maruti (Suzuki) minibusjes en de motorrikshaw's zijn niet
meer die pruttelende driewielers, die verstikkende blauwe rookwalmen
uitbraken. New Delhi heeft de strijd aangebonden met de vervuiling
en lijkt het te hebben gewonnen. Clean and Green' is nu waar
het omdraait. Zelfs de zwervers en bedelaars zijn van straat
gehaald om daarmee tegemoet te komen aan de wensen van de moderne
toerist. Met enige weemoed zie ik dit alles aan. Bussen rijden
stil rond, zonder roetzwarte rook uit hun uitlaten. India is
India niet meer' gaat er door mij heen. Allerwegen bellen mensen
met mobiele telefoontjes. India is modern geworden. De global
economy heeft ook hier zijn intrede gedaan en vertrouwde merken
als Thumbs up' en Limca' zijn definitief verdrongen door Coca
Cola respectievelijk Fanta. Wat een doorbraak!
Maar dan blijkt al snel dat de
veranderingen slechts oppervlakkig zijn en dat de ziel van India
onveranderd is gebleven en onaangeraakt door de modernisering.
De taxichauffeur die me naar het Hotel brengt begint zodra we
vertrokken zijn een lange monoloog af te steken om me indringend
uit te leggen dat in de kern alle godsdiensten hetzelfde zijn.
In wezen bestaat er geen verschil tussen Christendom, Hindoeïsme,
Moslim en Buddhisme. In de kern belijden ze allemaal hetzelfde.
Hij zou wensen dat alle tegenstellingen tussen mensen op basis
van dit besef tot het verleden zouden behoren. Dat moet toch
kunnen als iedereen zich zou realiseren dat hij in wezen de eenheid
is waaruit alle vormen worden geboren en dat wij dus feitelijk
één zijn. Zo'n taxichauffeur ben ik in nachtelijk
Amsterdam nog niet tegengekomen! En in het Hotel word ik ook
nog aan de geest van India herinnerd als ik zie dat de screensaver
bestaat uit een groot Aum teken dat op het computerscherm op
en neer danst. India is gelukkig dus nog steeds India en zal
dat voorlopig ook wel zo blijven. Als de geur van mottenballen,
lysol en tropisch-vochtige schimmel me tegemoet komt, voel ik
me weer helemaal vertrouwd met mijn omgeving. Zo ken ik het land
waar ik me met heel mijn hart en ziel mee verbonden weet.
Ik voel me bevoorrecht dat ik juist
in zo'n omgeving bij een retreat van Eckhart Tolle aanwezig kan
zijn. Op basis van zijn boek en, belangrijker nog, een openhartig
interview, ligt de conclusie voor de hand: Eckhart Tolle heeft
nu 29 jaar geleden een authentieke eenheidservaring gehad, die
daarna is aangehouden en zijn verdere leven heeft bepaald. Tijdens
een diepe depressie ontwaakte hij midden in de nacht en overdacht
dat hij niet meer met zichzelf kon leven. Plotseling drong het
tot hem door dat er iets heel raars in die gedachte was, ik en
mezelf. Hoe kunnen er twee ikken' zijn; ik is ik en die
kan niet bestaan uit een ik' en een mezelf'. Hij viel weer in
slaap en bij het ontwaken was zijn leven fundamenteel anders.
Wat hem overkomen was kende hij noch uit eigen ervaring noch
uit studie of overlevering. Hij constateerde dat hij gedragen
werd door een diep en intens geluksgevoel en het uitblijven van
het dwangmatig denken over verleden en toekomst. Blij, maar verdwaasd
bekeek hij de wereld vanuit een geheel ander gezichtspunt: zonder
oordeel, zonder objecten te labelen, eigenlijk alleen de vormen
waarnemend zonder ze te benoemen. Naderhand besefte hij dat de
identificatie met wat voorheen in de vorm van een ego in hem
aanwezig was, volkomen was opgelost. Het leidde intussen wel
tot wat praktische problemen en hij heeft daarna 2 jaar op een
bankje in het park doorgebracht. Verwonderd kijkend naar de vormen
en altijd met dat geluksgevoel. Het is zonder reden altijd aanwezig.
Het zal dan nog een kleine 30 jaar (!) duren voordat Eckhart
naar buiten treedt met zijn ervaring. In die 30 jaar neemt hij
kennis van de werken van Ramana Maharshi, Nisargadatta, Meister
Eckehart en anderen, om pas daarna te begrijpen dat wat hem overkomen
is, precies dat is waar zij over spreken. Nu is dan voor hem
de tijd aangebroken om degenen die inzicht verlangen de weg te
wijzen. Dat zal hij nu voor het eerst gaan doen in de bakermat
van de Advaita Vedanta, India. Dit is op zich een ongekend tafereel;
een westerse verlichte', die in India teachings geeft. Pikant
daarbij is te vermelden dat er een fors aantal Indiërs (o.a.
uit Bombay en Madras) deel zullen nemen aan de retreat. Dat is
echt opmerkelijk omdat Indiërs eigenlijk alleen Indische
meesters (he)erkennen.
De tweede dag na aankomst
In Delhi ga ik al vroeg op pad om naar Rishikesh te reizen,
waar de retreat zal plaatsvinden in de Parmarth Niketan Ashram.
Het is de grootste Ashram ter plaatse en kan zo'n duizend gasten
herbergen! De treinreis duurt 4,5 uur en vanaf het station in
Haridwar brengt een taxi me vervolgens in een halfuur naar Rishikesh.
Rishikesh
ligt aan de heilige rivier de Ganges aan de voet van het Himalaya
gebergte en houdt het midden tussen een toeristische kermisattractie
en de middeleeuwen. Kennelijk werkt het als een magneet op een
mix van wonderlijke lieden. Natuurlijk zijn er veel serieuze
zoekers naar waarheid en inzicht (alleen al voor Eckhart meer
dan honderd), maar ook veel zwervers, bedelende Saddhus, aan
lagerwal geraakte westerlingen, namaak swami's, bedelaars en
mismaakten. Het schuifelt allemaal temidden van loslopende koeien
door de nauwe straatjes met aan weerzijden allerlei neringdoenden.
Gelukkig zijn er een paar boekstalletjes en de vertrouwde covers
van I Am That, boeken van Sri Ramana Maharshi en andere Vedanta
klassiekers' liggen in de vitrine en kunnen voor een paar rupees
worden gekocht. Uiteraard ontbreekt ook niet The Power of Now',
het boek waarmee Eckhart Tolle bekend is geworden. Een attractie
vormt zeker de westerse jongen, die, als God Hanuman (de aapgod)
is uitgedost met lange staart en wilde kleuren, bij iedereen
gevraagd of ongevraagd een thikka op het voorhoofd wil plaatsen.
De ashram is opvallend goed georganiseerd en een rustpunt temidden
van de overdaad aan zintuiglijke prikkels buiten de ashram.
Alweer heb ik geluk. Ik krijg een kamer toegewezen met prachtig
uitzicht op de Ganges, een douche en schone lakens op een keihard
bed, meer een plank eigenlijk. Wat meer mag je in India verwachten.
De registratie van de deelnemers komt aarzelend op gang
maar uiteindelijk zijn na de middagpauze alle 130 deelnemers
onderdak. De retreat kan de volgende ochtend van start gaan.
Als voorbereiding lees ik s-avonds nogmaals het interview met
Eckhart. Centraal staat het thema no-resistance'. Resistance
tegen Wat-is, is de brandstof voor onze ikjes (ego's), die er
door versterkt worden. Eerst zonder mening in het nu waarnemen
wat-is leidt tot acceptatie. Pas daarna kan er al of niet gehandeld
worden. Resistance kan als waarschuwing dienen, dat je geidentificeerd
bent met het ikje. Enkel dat constateren en observeren dat er
gedachten zijn (dat een ikje of ego actief is) doet die identificatie
teniet. Zou daarom Rishikesh als plaats zijn uitgekozen' Voor
een gemiddelde reiziger is hier meer dan voldoende oefenstof
te vinden voor weerstandsloos leven. De gure wind van de
Himalayas, het stof, de vuile straten, het lawaai, afwezigheid
van culinaire verlokkingen, de koude douches, de powercuts, het
keiharde bed, het gebedel, de roetwolken van passerende auto's,
het getoeter'' Een rij waar geen eind aan komt. Juist in deze
omgeving word je als het ware op de proef gesteld. Niets lijkt
hier te werken; zelfs het internetcafé kan de mails via
hotmail niet of nauwelijks ontvangen. Wat is een betere plaats
om ongestoord door het gewone bestaan te onderzoeken of inzicht
alleen een intellectueel concept is of wellicht ook betekent
dat er zonder emoties gereageerd wordt op de uitdagingen in de
praktijk van het dagelijks leven.
De volgende ochtend is het dan
zover. De deelnemers (meerderheid is Canadees, verder wat Amerikanen,
Fransen, Indiërs en slechts een enkele Nederlander) komen
ruim op tijd naar de zaal waar Eckhart tweemaal per dag zijn
talks' zal houden. Als hij stipt op tijd de zaal binnenkomt is
mijn eerste indruk dat Eckhart een zeer liefdevolle, bescheiden,
zachtaardige en voorkomende man is. Hij ziet er jonger uit dan
zijn leeftijd doet vermoeden, loopt iets gebogen en is klein
van postuur. Als hij plaats neemt, kijkt hij helder en vriendelijk
de zaal in en tracht met alle aanwezigen oogcontact te hebben.
Na een minuut of wat begint hij te spreken. Centraal thema is
no-resistance' en verlichting' als staat waarin Wat-Is volkomen
geaccepteerd wordt zoals het-is. Daarvoor is het noodzakelijk
om volledig alert en helder te observeren wat er nu gebeurt.
Het nu is de deur naar het tijdloze IK, dat we in wezen zijn.
Zodra er sprake is van tijd, dan houdt dat in, dat er identificatie
heeft plaatsgevonden met het ego, het ikje, wat we niet
zijn. Dat ikje creëert psychologische tijd, door te denken
aan de toekomst of aan het verleden. Het projecteert voortdurende
verwachtingen en angsten en veroorzaakt zo lijden door telkens
uit het nu in een overigens niet bestaande toekomst of verleden
te verwijlen. Niet bestaand, omdat er niets anders is dan het
nu. Ook de toekomst bestaat alleen maar uit een nu. Als u dit
leest dan leest u dit niet morgen of gisteren maar nu.
De deur naar bestendig onveranderlijk geluk ligt in het nu. Door
de aandacht te verleggen van toekomst en verleden naar nu wordt
het ego niet langer gevoed en kan niet langer leed veroorzaken
door dwangmatig te (ver)oordelen, vergelijken en onophoudelijk
gedachten te produceren. Een meetpunt voor verlichting is dan
ook of het dwangmatig en ongecontroleerd produceren van gedachten
uitblijft, of in het nu (Eckhart duidt dat ook vaak aan als aanwezigheid
van Presence) geleefd wordt, of er acceptatie is van Wat-Is en
of onder alle omstandigheden een zeker bestendig geluksgevoel
aanwezig is. Uiteraard is ook het uitblijven van angst, die het
gevolg is van identificatie met het ikje, een goede graadmeter.
Aan het eind van de eerste sessie wordt nadrukkelijk gevraagd
stilte te respecteren. Het is plezierig, omdat daarmee de ingetogen
en naar binnen gekeerde sfeer behouden blijft en niet meteen
wordt weggedrukt zoals het geval is wanneer alle kakelmachines
(gedachten formulerende ikjes) weer op volle toeren komen.
Het gesprek gaat in de dagen erna
verder. Nu over de achtergrond, de stilte waaruit telkens in
het nu gedachtevormen worden geprojecteerd. Leuke vormen, lelijke,
slechte, gewenste en ongewenste gedachtevormen. Hij benadrukt
dat wij die gedachtevormen niet zijn, maar juist de stilte, de
achtergrond van waaruit zij opkomen en van waaruit ze worden
waargenomen. Identificatie met gedachtevormen, die bijna altijd
betrekking hebben op dat waar we bang voor zijn of dat wat we
(vooral in de toekomst) zouden willen, of dat wat ons uit het
verleden nog steeds dwarszit, juist die identificatie versterkt
het ikje en daarmee het lijden. Fysieke pijn kan er in het nu
zijn, maar geen lijden.
Identificatie met de stilte' of
de achtergrond zorgt voor een zekere joy' om te zijn en joy'
om gedachtevormen te kunnen waarnemen, in welke gedaante ze zich
ook maar voordoen. Met joy wordt wat anders bedoeld dan het opgewonden
gelukkig zijn of een extatisch geluksgevoel: dat ontstaat wanneer
we iets hebben dat we weer kwijt kunnen raken en per definitie
ook altijd kwijt zullen raken. Zoals de nieuwe partner waarop
we verliefd zijn, ons zeker weer zal verlaten. Of door de dood
of door conflict, omdat niet zelden liefde omslaat in zijn tegendeel
haat.
Tijdens een andere sessie ligt
het accent op waarnemen van Wat-Is zonder daar labels op te plakken.
Als voorbeeld: ik kijk naar een boom, maar benoem het niet als
een boom. Ik neem de boom waar en ben stil van binnen, geen gedachten,
geen interne dialoog, geen stemmen van binnen, volledige identificatie
met de achtergrond en volledige alerte waarneming van het object.
Na enige tijd kan ik dan zeggen: dat wat ik nu waarneem noemen
we een boom. Dat is iets anders dan te zeggen; dit is een boom.
Een label (in dit voorbeeld: boom') zegt niets over het object.
Stil waarnemen vanuit de leegte, de achtergrond kan ons verwonderend
laten kijken naar het mysterie en de intelligentie waarvan sprake
is als een gedachtevorm wordt gecreëerd, die we bijvoorbeeld
roos' noemen. We zien dan meteen het probleem; taal is het gereedschap
van het ego, het zorgt voor het voortdurend denken, de interne
dialoog, die ons onbewust' laat zijn. Daar ligt de oorzaak voor
ons lijden.
Tijdens weer een volgende sessie
is het onderwerp doodgaan voor je sterft'. Find death before
death finds you'. Eckhart houdt zijn sessies in het Engels en
soms is een uitdrukking in het Engels krachtiger en laat zich
moeilijk vertalen. De lezer vergeve me dat er dus hier
en daar wat Engelse kreten in dit verslag staan. Met een fijn
gevoel voor humor vertelt Eckhart dat hij ooit in de Verenigde
Staten bij een bouwval terechtkwam en daar op een bordje de waarschuwende
tekst van de eigenaar las: All structures are unstable'. Door
Eckhart werd dit als een aforisme opgevat en verbaasde zich over
de wijsheid van de eigenaar, die kennelijk al het inzicht had
verworven dat alle structuren (ook gedachtestructuren), voortkomen
uit de achtergrond en gedoemd zijn daarin weer opgelost te worden.
Overigens geldt dit voor alle structuren, dus ook materiele objecten'
en beliefstructures', lees ego's of ikjes. Uiteindelijk is alles
wat waargenomen kan worden gedoemd te transformeren naar de leegte
voorbij het denken. Een roos is een roos en omdat die er niet
over kan nadenken is de roos niet ongelukkig. Hoe anders ligt
dat bij de mens, die zich identificeert met zijn gedachtestructuren.
Om geluk te vinden is het noodzakelijk dat het voortdurend, niet
aflatende opgedrongen denken ophoudt. Maar pas op: onderdrukken
van gedachten leidt slechts tot een kortstondige onderbreking,
waarna het denken weer met extra kracht zijn hegemonie herneemt.
Als je denken gaat onderdrukken dan verlies je het altijd. Waar
het om draait is bewustwording. Bewustworden dat gedachten komen
en gaan, waarbij je de stilte uitnodigt en als het ware passief
toelaat dat daar de aandacht op terechtkomt. Taal blijft moeilijk
en ook Eckhart waarschuwt voor innerlijke tegenstrijdigheden
en paradoxen. In elk geval is een hulpmiddel in dit passief toestaan,
de aandacht te richten op je lichaam. In zekere zin is dat een
bewuste' keuze. Maar wie kiest er' Niemand, want het is in feite
een veld van leegte' dat kiest omhoog te komen. Paradoxen in
overvloed, waar het verstand, het denken geen raad mee weet.
Maar heeft de leegte eenmaal bezit genomen, en is het ego geweken,
dan zijn paradoxen geen probleem meer. Het probleem is
het denken (de mind), dat altijd meer en meer en nog meer wil
weten, vergelijken en categoriseren. Uiteraard in de hoop dat
het ooit een keer (in de toekomst, die er niet is) het volledige
begrip zal verwerven en dus dan en niet nu gelukkig zal worden.
Terwijl inmiddels wel duidelijk is dat je alleen nu gelukkig
kan zijn. De mind zal altijd inconsistenties op zijn pad treffen.
Je kiest en tegelijkertijd kies je niet. Net een Koan of het
deeltjes-golf probleem. Of het deeltjes zijn of golven hangt
maar af van de waarnemer. Voorlopig krijgen we allemaal het advies
mee, te doen alsof we kunnen kiezen. En kies dan voor identificatie
met het veld van leegte' (is achtergrond) en voor het waarnemen
zonder opinie of toekennen van labels aan objecten. Dit zorgt
er in elk geval voor dat de mind tot bedaren komt. Dat is trouwens
in de groep van toehoorders goed te merken. De deelnemers zijn
opmerkelijk stil en iedereen lijkt behoorlijk afgesneden van
de zaken die hem of haar in het dagelijks leven bezighouden.
Shakespeare had het al ontdekt: Nothing good nor bad exists,
only thinking makes it so'.
Een belangrijk concept dat aan
de orde komt is dat van de painbody'. Wellicht is het voor de
begrijpelijkheid goed hier een aantal begripsnamen te melden
die wisselend in de talks gebruikt worden en veelal synoniemen
zijn. Zo spreekt Eckhart over de achtergrond, de leegte, de stilte,
presence en being. Dat duidt allemaal op dat wat we werkelijk
zijn en van waaruit de gedachtevormen worden waargenomen. Verder
introduceert hij het begrip impersonal painbody', waarmee het
complex van gedachten, ego, ikje, weerstanden en emotional fields
wordt aangeduid. Ook die begrippen zijn zeer aan elkaar verwant
en voor een belangrijk deel overlappend. Er wordt een emotieveld
mee aangeduid, dat als het ware jou ongevraagd in bezit neemt.
Een soort bezetenheid, zou je kunnen zeggen, waarmee je onbewust
geïdentificeerd raakt. Je vergeet als het ware dat je Presence
bent, waardoor je denkt je painbody te zijn. Painbodies zijn
in feite onpersoonlijke rondzwevende energievelden, die om te
overleven telkens opnieuw gecreëerd moeten worden en hebben
andere painbodies nodig om daarin te slagen. Painbodies zoeken
elkaar op om elkaar wederzijds in stand te houden. Dit verklaart
waarom veel mensen (althans hun ego's) soms zelfs verslaafd zijn
aan hun emoties en weerstanden. Ze kunnen bijna niet blijer zijn
dan wanneer er reden is tot klagen, ruziemaken, vitten en vaak
lijkt het erop dat ze hopen dat er aanleiding is tot een stevige
clash. Zodra impersonal painbodies bezit hebben genomen
van iemand, dan volgt een emotioneel proces waarin die persoon
als het ware onbewust wordt meegezogen. Dit proces zorgt ervoor
dat het lijden voortduurt, omdat het de mindstructuur, zeg maar
het ego of het ikje, in standhoudt. Ego's worden door emotionele
reacties versterkt, ze houden van emoties en het geeft het ego
een tijdelijk gevoel van geluk. Maar ego's kunnen nooit permanent
geluk vinden. Permanent geluk komt pas als het ego plaatsruimt
voor presence en daarin oplost. Dit is overigens een onvermijdelijk
en noodzakelijk proces. Presence of Being, wil graag de plaats
innemen, maar kan dat alleen als het ego die ruimte biedt. Dat
gebeurt vroeg of laat (maar altijd nu), bijvoorbeeld als het
ego genoeg heeft van het leed dat telkens met een emotionele
reactie gepaard gaat en in gaat zien dat het permanente geluk
uitblijft. Hulpmiddel om dit proces te versnellen en daarmee
onnodig leed te vermijden is het waarnemen zonder labels en zonder
opinies. Geef je over aan wat-is, zo luidt het advies. Niet in
een krampachtige poging, want dat lukt niet. Het enige dat je
kunt doen is als zich een oordeel voordoet, vaststellen dat het
gebeurt. Dat is voldoende. Door zo je eigen mind oordeelloos
waar te nemen, identificeer je je als het ware met Presence en
creëer je afstand tot het ego, de mind. En het grappige
is natuurlijk dat als presence er is, er niet tevens wat anders
kan zijn. Dit waarnemen schept als het ware ruimte en uiteindelijk
zul je steeds meer de waarnemer zijn, die zich ervan bewust is
dat er weer eens een (onpersoonlijke) gedachte voorbijfladdert,
die verdwijnt als er geen voedsel aan gegeven wordt. Dit is dus
anders dan het onderdrukken van gedachten. Het gevaar daarvan
is dat je dan een identificatie met het tegendeel opbouwt. Je
krijgt dan weer een superego: nu als meer spiritueel, meer heilig,
slimmer, intellectueler dan een ander enz. Onderdrukken zorgt
voor scheiding, Presence zorgt voor verbinding en verenigt.
Dat verenigen is een belangrijk
punt. Een goede Guru hoort te verenigen en dat kun je als goed
meetpunt hanteren. Laat de Guru zich erop voorstaan dat hij of
zij iets heeft wat jij nog niet hebt, kortom dat je dus anders
bent, nog niet zo ontwikkeld, dan is dat een veeg teken. Eckhart
laat niet na te benadrukken dat er geen verschillen zijn, dat
er eenheid is. In feite is iedereen Presence, er is niets anders
dan Presence. Alleen is dat bij de meeste mensen door een sluier
bedekt. Trek de sluier weg en dan zie je wat je werkelijk bent:
niets anders dan de Guru.
Tot zover een verslag op cognitief
niveau. Veel belangrijker is natuurlijk de subjectieve beleving
en ervaring gedurende de retreat. Strikt voor mezelf sprekend
kan ik alleen maar zeggen dat er herkenning is en een verdiepende
onderdompeling in Presence, zoals eigenlijk alleen mogelijk is
tijdens het bijeen zijn. Die ervaring is er ook al wanneer men
zijn boek leest, maar er gaat toch eigenlijk niets boven een
directe overdracht. In concreto ervaar ik de talks van Eckhart
als verenigend, uitnodigend om nu de state of presence' in te
gaan, zonder iemand in het gehoor uit te sluiten. Ook ben
ik blij met de stilte voor, tijdens en na de talks, waarbij ik
merk dat er een voortdurend oorzaaksloos gevoel aanwezig is van
diepe vrede en tevredenheid, en van verbondenheid. Op dat moment,
en er is geen ander moment dan nu, bestaat er niets anders dan
wat-is en wat-is kan op geen enkele manier dat gevoel van vrede
en tevredenheid aantasten.
Als aan het einde van de retreat
de reis mij weer terugbrengt in New Delhi, kom ik s-avonds laat,
iets verreisd en vermoeid, aan in het hotel. Ondanks de reservering
staat er geen kamer voor me klaar. De eerste kamer die me wordt
aangeboden, blijkt nog niet schoongemaakt en de kamenier ontzegt
mij de toegang. Een volgende kamer blijkt precies boven de discotheek
gelegen te zijn, waarop juist op dat moment een bruiloftsfeest
luidruchtig wordt gevierd. Na verder nog een rookkamer' te hebben
afgewezen, kan ik dan eindelijk een half uur later de vierde
kamer betrekken. De bellcaptain, die mij trouw met mijn koffers
volgt, vraagt waar ik die dag vandaan gekomen ben.
'Rishikesh' zeg ik.
'Ach' zegt de man, First pilgrimage
and now your patience is being tested, madam'. Ik hou van
India.