Zaak omschrijving :

Op 05 augustus 1995 was ik slachtoffer van vernielingen (ruiten van mijn auto en mijn huis) door X. Ik heb geen confrontatie met X gezocht en gehad gedurende de gebeurtenis. Ik heb wel de politie gebeld. In afwachting van hun hulp, bleef ik gewoon thuis binnen. Na hun aankomst, en vermoedelijk omdat ik hield de stok van vernieling in mijn handen word ik met X aangehouden. De politie optreden was zeer brutale, en beledigend in aanwezigheid van de buren. Na ongeveer twee uren bij de politie bureau met de bekende onzorgvuldig handelen kreeg ik te horen van de superieur van de verbalisant, dat men besloot heeft om mij vrij te laten op grond van mijn passiviteit gedurende de vernielingen. De superieur bied zijn excuses aan over de foutieve aanhouding. Gezien de ernst van de gebeurtenis heb ik meldpunt discriminatie Eindhoven Balans en vervolgens mr. de Rooij benaderd om een klacht tegen onzorgvuldig handelen, onnodig gebruik van geweld en onrechtmatige aanhouding van de politie van Eindhoven in te dienen.

19 december 1996 Van: Stichting Balans Aan de heer B. Elm'rabat

Naar aanleiding van ons gesprek d.d. in december kan ik u bevestigen, dat u in augustus '95 telefonisch contact heeft gehad met Stichting Balans. In dit telefonisch contact heeft u melding gemaakt van het optreden van de politie ten aanzien van uw persoon op 5 augustus. De inschatting van de situatie leek ons toen zo ernstig, dat wij u rechtstreeks verwezen hebben naar een advocaat. Stichting Balans heeft toen verder geen bemoeienis meer gehad met die kwestie tot u in oktober van dit jaar opnieuw contact met ons heeft opgenomen inzake deze kwestie.

End.

In afwachting van de formulering van de klacht en tot mijn verbazing kreeg ik te horen van de officier van justitie (schrijven van 10 November 1995) dat ik als verdachte van poging tot zware mishandeling ben aangemerkt. Nadat men op de hoogte gesteld was dat mijn klacht een serieuze procedure was kreeg de zaak een verrassende koers m.n. sepot-grond wijziging als nieuwe kwestie met de resultaat, volgens mr.de Rooij, dat ik niet zal slagen in mijn streven de sepot-grond gewijzigd te krijgen. Pas op 29 Juli 1996 besloot de heer de Rooij de officier de justitie voor het eerst te benaderen:

Aan: Officier van justitie. Van: Mr.B.G.J. De Rooij 29 juli 1996.

Tot mij wendde zich de heer Elmrabat, voornoemd, naar aanleiding van uw schrijven d.d. 10.11.95, waarin u hem meedeelt hem niet verder te zullen vervolgen ter zake van de verdenking van een strafbaar feit, bekend onder bovenstaand parketnummer Als grond voor deze beslissing geeft u Op: gewijzigde omstandigheden en de beperkte kring waarin het gebeurde zich heeft afgespeeld. Cliënt kan zich niet verenigen met deze wijze van afdoening Naar zijn stellige overtuiging had deze verdenking slechts kunnen <en moeten> leiden tot ofwel een vrijspraak, dan wel tot een seponering van de zaak op de sepot-grond: ten onrechte als verdachte beschouwd Ter toelichting dient het volgende Basis voor de verdenking tegen dient vormen de gebeurtenissen op 5 augustus 1995 in zijn woning. De (aldaar niet woonachtige) X van dient maakte in en om deze woning amok, reden waarom dient en zijn andere familieleden politie-assistentie inriepen Nadat X was aangehouden in de woning van cliënt zou cliënt hebben getracht deze X te mishandelen. Cliënt ontkent dat (ook ten overstaan van de politie) ten stelligste. Van dit voorval zouden getuigeverklaringen zijn opgenomen van de zuster van cliënt en van diens moeder. Dergelijke (dient belastende) verklaringen bevinden zich ook in het strafdossier. Cliënt deelt mij mede dat zijn moede slechts de Arabische taal machtig is en dat hij in haar bijzijn heeft kunnen vernemen dat zij over hem in het geheel geen belastende verklaring heeft afgelegd De verklaring zou door de politie zijn verkregen doordat de ook aanwezige zuster van dient voor haar moeder zou hebben "getolkt". Ook dit wordt door cliënt ontkend Op mijn verzoek heeft cliënt tijdens een van zijn bezoeken aan mij zijn zuster en moeder meegebracht. En inderdaad ontkent de zuster m.b.t. deze kwestie te hebben getolkt voor haar moeder. Zij heeft slechts bij het opnemen door de politie van haar eigen verklaring aan haar moeder vertaald wat er gaande was. Nadat de politie haar verklaring had opgenomen werd deze niet alleen ter ondertekening voorgelegd aan haarzelf, maar ook werd meegedeeld dat de moeder deze moest ondertekenen. Er zouden dus niet, zoals het strafdossier wil geloven, twee afzonderlijke (later op de tekstverwerker uitgewerkte) concept-verklaringen van zuster en moeder zijn, maar slechts een verklaring Zuster verklaart vervolgens nog aan mij dat zij niet heeft verklaard dat cliënt zijn X heeft willen slaan X (het "beoogde slachtoffer") verklaart in zijn verklaring in het geheel niet over een aanvallende beweging in zijn richting van cliënt De aanwezige verbalisant M.J.W. van de Braak tenslotte verklaart ook over de aanvallende bewegingen van cliënt naar inmiddels aangehouden X. Cliënt spreekt dat tegen, zegt weliswaar enorm overstuur en boos te zijn geweest, maar dat hij X niet heeft willen aanvallen. Hij zegt dat daarvoor overigens niet eens gelegenheid was. Nadat hij de ruimte betrad waarin gearresteerde X verbleef (in afwachting van overbrenging naar het politiebureau), werd hij direct vastgegrepen door politiemensen (kennelijk uit een voorzorg) Cliënt stelt dat hij deze foutieve weergave van de gebeurtenissen, waardoor hij ten onrechte als een verdachte kon worden beschouwd, ter gelegenheid van zijn invrijheidstelling op 5 augustus 1995 ter sprake heeft gebracht bij de meerderen van agent van de Braak. Deze zouden dat aan cliënt hebben toegegeven en verontschuldigingen hebben aangeboden Ik verzoek u namens cliënt te willen overweging of bovenstaande u aanleiding geeft de sepot-grond te wijzigen in de door dient gewenste zin Naar aanleiding van onze bespreking van hedenmorgen zend ik u bijgaand afschriften uit mijn dossier betreffende de seponering van de tegen u aanhangig geweest zijnde strafzaak

De relatie met de advocaat beëindigde op 23 September 1996, een paar maanden na het verstreken van de klacht periode bij de nationale ombudsman.

Van: Mr.B.G.J De Rooij Aan:B.Elmrabat 11 oktober 1996.

Ik deelde u al mede van mening te zijn dat u in uw streven de sepot-grond gewijzigd te krijgen in "ten onrechte als verdachte beschouwd" niet zult slagen. Immers, het moge zo zijn dat thans blijkt dat uw moeder geen concept-verklaring ondertekende, en het moge kwalijk zijn dat de verbalisant dat aanvankelijk toch in proces-verbaal-vorm verklaarde, feit blijft dat de verbalisant volhardt in zijn stelling dat hij uw moeder via uw zuster hoorde. Meest vervelend voor u is evenwel dat deze verbalisant stelt ook zelf te hebben waargenomen dat u X wilde slaan/steken met een stok, en ook in deze stelling volhardt. Omdat het relaas van deze verbalisant het enige verhaal is waarop zijn collega, aan wie u kennelijk bent voorgeleid, kan afgaan, is het moeilijk denkbaar dat deze collega aan u excuses heeft aangeboden voor de aanhouding. Immers, als de verbalisant ook nu nog volhoudt dat hij u heeft zien aanvallen, dan zal hij dat ook bij die voorgeleiding hebben gezegd. In dat geval is een direct oordeel, als zou u ten onrechte zijn aangehouden, niet goed denkbaar U deelde mij mee zich niet te kunnen vinden in mijn oordeel, en ik adviseerde u dit dossier voor te leggen aan een andere advocaat, zodat u een second opinion kunt vragen. Daarmee verklaarde u zich akkoord Ik beschouw mijn werkzaamheden voor u hiermee als beëindigd en zal u hiervoor, conform afspraak, 1 uur in rekening brengen. Samenvattend, het gaat hier om een duidelijk verhindering van de ombudsman onderzoek van een klacht tegen de politie. Het is een teleurstelling dat voor de nationale ombudsman een overschrijding ( drie manden ) van de klacht periode is meer relevant dan het rechtzetten van grove handelingen. Ik heb mijn klacht tijdig (dag van de aanhouding, 05 Augustus 1995) aan de verbalisant en zijn superieur kenbaar gemaakt, en volgens nationale ombudsman brochure, kon ik bij deze instantie niet klagen omdat mijn kwestie juridisch in behandeling was. Het is een vreemde en onrechtvaardige situatie; ik was mishandeld en vervolgens ten onrecht aangehouden zonder enige recht voor een onafhankelijke onderzoek door een juridische instantie of de nationale ombudsman !.

Van: B.Elmrabtat Aan:Nationale ombudsman.

Op 25 Oktober heb ik een klacht tegen de politie van Eindhoven bij uw instantie ingediend. U weigerde een onderzoek in te stellen wegens termijn overschrijding en de gelegenheid stelde om te bezien over een mogelijkheid een klacht tegen de officier van justitie te evalueren. Daarvoor hebt u mij kopieën van het proces-verbaal gevraagd. Op basis van deze gegevens, zonder mijn schriftelijke klacht tegen de officier van justitie, neemt u de beslissing om een onderzoek door de ombudsman niet te laten plaats vinden. Was het toch niet verstandig om mij een begeleidende schriftelijke klacht te vragen voordat u een overhaast beslissing neemt. De verstuurde stukken waren toch van de tegenpartij makelij, en kan men niet alleen op basis van deze gegevens (inhoudelijk foutief inclusief de foto van de "vernieling stok" ) een besluit nemen. Als volwaardige partij in de geschil heb ik ook mijn eigen verweer om mijn klacht te motiveren. Het is een vreemde en onrechtvaardige situatie; ik was thuis slachtoffer van vernielingen door een derde en vervolgens mishandeld door de politie en ten onrecht aangehouden zonder enige recht voor een onafhankelijke onderzoek door een juridische instantie of de nationale ombudsman !. Ik had de politie gebeld en geen confrontatie met de aanvaller gezocht. Ik bestrijd ten zeerste dat er sprake was geweest van enige fysieke contact met de aanvaller. Het is toch ondenkbaar dat iemand in afwachting van de politie passief tegen ernstige vernielingen van zijn eigendom rustig toekijkt en vervolgens in de aanwezigheid van agenten explodeert en een poging tot zware mishandeling pleegt!. De omstandigheid van de gebeuren is meer relevant dan wat een agent gezien heeft. Een zorgvuldige onderzoek van de proces-verbaal van de heer X zou in principe tot serieuze vraagstelling over de geloofwaardigheid van de politie leiden. U heeft niet de verklaring van de aanvaller "Na zijn vernielingen vroeg hij de buurvrouw om de politie te bellen" gemerkt. U kunt toch zich afvragen of het gaat hier om een rechtvaardige aanvaller, hij pleegt een misdrijf en vervolgens wenst hij de aanwezigheid van de politie voor bescherming of voor een beloning. Verder de tegenstrijdige verklaringen kunnen helaas niet tot een onbetwist besluit. Van de bovengenoemde vraag ik u nogmaals of u bereid uw beslissing te herzien bent, en mij de gelegenheid met alle vrijheid mijn klacht schriftelijk te motiveren geeft. Het is een kwestie die mij ernstig gekwetst heeft en kan ik het helaas niet zomaar laten rusten.

Reactie van Nationale ombudsman : Geen Onderzoek.

Terugkeren (back to) naar Inhoudsopgave (home page)