Betere omgaan met een wetenschappelijke fraude, wat is mis met TNO ?
Het Hof van discipline & Twentse kwestie
De macht van een miniatuur universiteit
Een brief van Universiteit Twente
Re: Universiteit Twente schande
Lockerbie en Universiteit Twente schande
Een brief van Tante Lucie van Canada aan een gastarbeider
Macht misbruik van Universiteit
Devil of UniversiteitTwente & Blue engels of Eindhoven
Devil of Universiteit Twente & White engels of Eindhoven
Monica and the devil of Universiteit Twente
TOP 40 Best advocaten And Devil van universiteit twente
Is Universiteit Twente kwestie racistisch
DE KONIJNLIJKE NEDERLANDSE AKADEMIE VAN WETENSCHAPPEN
Gefrustreerde van NatLab Philips
Wangedrag van het CvB van Universiteit Twente
Notitie van de KNAW omtrent wetenschappelijke wangedrag
Datum 97/08/16, Volkskrant,
Auteur ERIC HENDRIKS
Intro: Een grote fraude affaire heeft een eind gemaakt aan de mooie carrier van twee Duitse
wetenschappers. De zaak - met ook een Nederlandse verklaring - heeft in Duitsland discussie
losgemaakt over betere controle op onderzoek. Tekst FRIEDHELM HERRMANN (47) had
een reputatie die klonk als een klok: succesvol kankeronderzoeker, hoogleraar met
vierhonderd publicaties op zijn naam, leider van tientallen onderzoekers en beoordelaar van
researchvoorstellen in Duitsland en daarbuiten. Die glans is er nu volledig af. Als
wetenschapper is Herrmann een grote fraudeur, oordeelde een onderzoekscommissie. De
Universiteit van Ulm schorste hem als hoogleraar voor de duur van het vervolgonderzoek naar
het bedrog. Met zijn collega en ex-vriendin Marion Brach (37) is het niet veel beter gesteld.
Ook Brach verdiende haar sporen in het kankeronderzoek; zij werd hoogleraar in Lubeck. Ze
is de tweede beschuldigde in de affaire, die al te boek staat als de grootste wetenschappelijke
fraude in Duitsland in vele jaren. De onderzoekswereld in de Bondsrepubliek vraagt zich af
hoe dit in godsnaam mogelijk was. Brach en Herrmann leken zondagskinderen. In de jaren
tachtig werkten ze aan de Harvard- universiteit in de Verenigde Staten voordat ze
terugkeerden naar Duitsland. Bloeddeskundige Herrmann werd daar in 1992 hoogleraar aan
de Freie Universitat in Berlijn. Bovendien ging hij werken voor het Max Delbruck Zentrum,
een nationaal onderzoeksinstituut dat na de Duitse hereniging werd opgericht. De nieuwe
hoogleraar trok twintig onderzoekers aan voor deze instelling; Brach werd een van de vier
groepsleiders. In die periode gingen er dingen mis. In februari 1995 bijvoorbeeld, verscheen in
het vooraanstaande tijdschrift The Journal of Experimental Medicine een artikel van onder
anderen Herrmann en Brach, waarin ze de uitkomsten beschreven van proeven die nog maar
een paar maanden eerder waren begonnen. Er was een grafiek bij met gegevens die relevant
leken, maar in werkelijkheid niets te maken hadden met deze research. 'Ik was zo boos dat ik
meteen met dit werk wilde kappen', vertelde een voormalige medewerkster aan Der Spiegel.
Toen ze er met Herrmann over praatte, zou hij hebben gezegd: 'Maak je niet druk. Dit doen ze
toch allemaal.' Der Spiegel reconstrueerde Herrmanns motief. De hoogleraar kende de
gegevens die uit het onderzoek moesten komen: een Japanse groep had ze al in 1994
gepresenteerd op een congres. Maar de Duitser had haast met publicatie; als de Japanners hem
voor waren, zou zijn onderzoek tweederangs zijn, ongeschikt voor openbaarmaking in een
belangrijk tijdschrift. Pas afgelopen voorjaar, toen Herrmann al maandenlang hoogleraar was
in Ulm en Brach in Lubeck, kwamen deze en andere zaken aan het licht. Voormalige
medewerkers uit Berlijn stelden via een bemiddelaar de werkgevers van Brach en Herrmann
op de hoogte. Waarom ze al die tijd gezwegen hadden? 'We hadden toch aan het kortste eind
getrokken', zei een van hen. Een nationale commissie van wetenschappers nam de
beschuldigingen in onderzoek. Haar rapport, dat deze maand uitkwam, liegt er niet om.
Verzonnen of gemanipuleerde gegevens, dito illustraties en tabellen, publicaties met namen
van co-auteurs die niet hadden meegewerkt, artikelen die Herrmann zei te hebben geschreven,
maar nooit waren verschenen en misbruik van ideeen van anderen voor eigen doeleinden. Dat
laatste slaat met name op de Nederlandse tak van de affaire. Vorige week werd bekend dat
Herrmann als beoordelaar voor de Nederlandse Kankerbestrijding - Koningin Wilhelmina
Fonds in 1993 een negatief advies gaf over een onderzoeksvoorstel van de Rotterdamse
hoogleraar hematologie prof. dr. B. L"wenberg. Diens ideeen daarin fungeerden vervolgens
mede als grondslag voor een researchvoorstel dat Herrmann en Brach bij de Fritz Thyssen
Stiftung indienden en dat werd gehonoreerd met 260 duizend mark. De Duitse stichting zou er
nauwelijks onderzoek voor hebben teruggezien. Mede hierom kijkt de Duitse Justitie of Brach
en Herrmann - die elkaar de schuld geven - strafrechtelijk zijn te vervolgen. En de nationale
commissie zal het volledige wetenschappelijke doopceel van de beide onderzoekers lichten
Intussen is in de Bondsrepubliek de discussie losgebarsten over de integriteit van de Duitse
wetenschap. Commentatoren hekelen de publicatie druk en de afhankelijkheid van jonge
wetenschappers van leidinggevende collega's. Ze pleiten voor meer controle op het doen en
laten van onderzoekers. De Deutsche Forschungsgemeinschaft, de nationale
financieringsinstelling, vergelijkbaar met de Nederlandse NWO, laat een internationaal comite
bekijken waarom onafhankelijke beoordelaars van de vervalste onderzoeken - de referenten -
niets van de fraude hebben gemerkt. In Nederland heeft zich een fraude van deze omvang niet
voorgedaan. Van belang was de affaire- Buck in 1990, genoemd naar de Eindhovense
hoogleraar die ten onrechte claimde een werkzame stof tegen het aids-virus te hebben ontdekt.
Opvallend was dat ook in deze zaak medewerkers gewag maakten van intimidatie door en
ongevoeligheid van de betrokkene voor waarschuwingen van onderaf. Eric Hendriks
LandiRegio DUITSLAND
Een advocaat die TNO, "de creme a la creme " benaderd om een deskundige rapport op te stellen over een fraude zaak bij Universiteit Twente : Technische gegevens te vinden op het volgende website : http://www.tip.nl/users/b.elmrabat
De advocaat schrijft :
Geachte heer Steenvoorden,
Tot mij wendde zich de heer Elmrabat inzake een conflict met de Universiteit Twente. In 1988 was cliënt werkzaam bij de vakgroep TDM (Transductantie techniek en Materiaalkunde van de faculteit Elektrotechniek) om onderzoek te verrichten naar de ontwikkeling van een geïntegreerde hoekopnemer. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een rapport, hetgeen naar de mening van cliënt gebaseerd is op een foutieve opdracht en onjuiste, door een derde (tevens werkzaam aan deze faculteit) aangeleverde gegevens. Hierdoor zijn de uitkomsten van zijn rapport derhalve ook onjuist. De Universiteit beeft destijds geweigerd de kwestie door een onafhankelijke commissie te laten onderzoeken. cliënt heeft rnij thans benaderd met verzoek hem rechtsbijstand te verlenen. Daartoe acht ik noodzakelijk een rapport van een onafhankelijke deskundige waaruit blijkt dat het onderzoek gebaseerd is op onjuiste gegevens. Dit is de reden dat ik mij op verzoek van cliënt tot U richt. cliënt beeft contact gehad met de heer ir. L. Sunter van TNO. in Den Haag en deze beeft cliënt doorverwezen naar U. Bijgaand treft u enkele stukken aan betreffende deze kwestie. Wanneer er stukken ontbreken die noodzakelijk zijn om u een oordeel te vormen, dan verneem ik dat graag van u. ---------
Reactie van TNO------------
De heer van der Mark heeft U telefonisch medegedeeld dat TNO-TPD U in deze zaak niet van dienst kan zijn om de volgende redenen: De TPD heeft een werkrelatie met de UT waardoor wij van mening zijn niet als onafhankelijke instantie te kunnen optreden in een zaak waarbij de UT is betrokken. Bij de TPD is geen dieptekennis aanwezig met betrekking tot de procestechnologie van geïntegreerde schakelingen en/of geïntegreerde sensoren wij beschouwen de communicatie met U Over dit onderwerp hierbij als afgesloten.
Ir.G.L.Steenvoorden, Hoofdafdeling Instrumentatie. ------------
Mijn reactie was-------------- Er was nooit sprake geweest van een dieptekennis van geïntegreerde schakelingen en/of geïntegreerde sensoren, maar van basis/elementaire kennis van MOS inrichtingen. De werkrelatie met de UT, hmmmm, een vreemde houding van TNO :( mag dat ? I don't know !.
De Nationale ombudsman: De UT heeft foutieve informatie aan de nationale ombudsman verstrekt, daarover kom ik nog later terug. Men ontkent dat een wetenschappelijke onderzoek heeft in Twente plaatsgevonden. De UT beweerd nog steeds dat mijn klacht destijds onderzocht was en ongegrond bevonden.
Naionale ombudsman onderzoek : BEOORDELING 1. Ten aanzien van de weigering om een
nieuw onderzoek in te stellen 1.1. Verzoeker klaagt er in de eerste plaats over dat het College
van Bestuur van de Universiteit Twente zijn verzoek van 25 september 1996 heeft afgewezen
tot het instellen van een nieuw onderzoek naar wetenschappelijke fraude. Volgens verzoeker
had de heer X onjuiste en onvolledige gegevens aan hem verstrekt over de wijze waarop hij in
juni 1989 een aantal preparaten voor hem had bewerkt. Verzoeker is van mening dat er sprake
is van nieuwe feiten en omstandigheden die een nieuw onderzoek rechtvaardigden. Verzoeker
wijst onder meer op een publicatie van de heer X uit 1989, waarvan hij in de zomer van 1993
voor het eerst had kennisgenomen en die volgens verzoeker door de Universiteit voor hem
was achtergehouden. Verder wijst hij op een octrooiaanvraag van 28 juni 1989 en een op 6 juli
1993 verleend United States Patent, waarvan hij in de zomer van 1994 voor het eerst had
kennisgenomen. 1.2. Uit de brief van verzoeker aan het College van Bestuur van 18 november
1996 blijkt dat verzoeker met de publicatie van de heer X uit 1989 doelt op een artikel van
onder meer de heer X van 23 februari 1990 met de titel "Novell low temperaturen RF plasma
aanhaling Ezinge NH3-N2 gas mixture" dat op 24 mei 1990 is gepubliceerd in het tijdschrift
Electronics Letters. Bij het in 1990 uitgevoerde onderzoek naar aanleiding van de klacht van
verzoeker, dat de heer X onjuiste en onvolledige gegevens aan hem had verstrekt, waren
behalve de faculteitsdirecteur en de faculteitsdecaan, de heer W en de heer z betrokken. De
heer W en de heer Z gaven leiding aan het onderzoek van verzoeker. De heer Z gaf daarnaast -
vanaf begin 1990 - leiding aan het onderzoek van de heer X. Gelet op dit laatste is aannemelijk
dat de heer 2 van de in het artikel van 23 februari 1990 beschreven werkwijze op de hoogte
was nog voordat het artikel in mei 1990 werd gepubliceerd. 1.3. Ten aanzien van de
octrooiaanvraag van 28 juni 1989 deelde het College van Bestuur mee dat de toenmalige
faculteitsdecaan, de heer Y, die ook bij het destijds uitgevoerde onderzoek betrokken is
geweest, de octrooiaanvraag van 28 juni 1989 kende. Tijdens het onderzoek door de
Nationale ombudsman is niet gebleken dat dit niet correct zou zijn. Bovendien had de
octrooiaanvraag van 28 juni 1989 betrekking op dezelfde werkwijze als die welke is
beschreven in de hiervoor onder 1.2. bedoelde publicatie. Zoals onder 1.2. is aangegeven, is
aannemelijk dat de heer Z van deze werkwijze ten tijde van het onderzoek naar de klacht van
verzoeker op de hoogte is geweest. 1.4. Met betrekking tot het op 5 juli 1993 verleende
United States Patent wees het College van Bestuur erop dat het United States Patent door de
volgende werkgever van de heer X te Canada is aangevraagd en dat de Universiteit Twente
daar niets mee te maken heeft. De heer z voegde daar aan toe dat het United States Patent
betrekking heeft op constructies in een apparaat dat door de heer X hij zijn nieuwe werkgever
in Canada is ontwikkeld. Dat het United States Patent betrekking heeft op een vinding van een
aantal in Canada, voor een Canadees bedrijf. werkzame onderzoekers, onder wie de heer X,
blijkt uit het United States Patent. Daarin worden immers als uitvinders een aantal personen uit
Canada, onder wie de heer X. en als rechtverkrijgende een Canadees bedrijf genoemd.
Afgezien van de vraag of de vinding waarvoor het United States Patent is verleend ook maar
iets te maken heeft met de werkzaamheden die de heer X in 1989 voor verzoeker heeft
uitgevoerd, voert het te ver om van het College van Bestuur te verlangen dat het een
onderzoek instelt naar aanleiding van een vinding die door de heer x is ontwikkeld bij zijn
werkgever in Canada. 1.5. Gezien hetgeen hiervoor onder 1.2. tot en met 1.4. is aangegeven,
kan niet worden gesteld dat er sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden die een nieuw
onderzoek rechtvaardigden. Het feit dat verzoeker, naar hij stelt, pas in de zomers van 1993
en 1994 heeft kennisgenomen van de publicatie in Electronics Letters van 24 mei 1990
respectievelijk de octrooiaanvraag van 28 juni 1989 en het op 6 juli 1993 verleende United
States Patent doet daaraan niet af. Het College van Bestuur kon dan ook in redelijkheid het
verzoek van verzoeker van 25 september 1996 tot het instellen van een nieuw onderzoek
afwijzen. De onderzochte gedraging op dit punt is behoorlijk.
De heer Drs Horsch of Porsch hoofd van de dienst Personeel&Organisatie van Universiteit
Twente schreef in een brief van vandaag gericht aan mijn persoon het volgende: Naar
aanleiding van uw brief d.d. 4 Juni 1998, gericht aan de Universiteit ter attentie van de heer
Popma, bericht ik u het volgende. De Nationale Ombudsman heeft in november 1997
uitspraak gedaan inzake uw klacht. Zoals reeds aangegeven in de brief d.d. 4 december 1997
(inschakeling van de Politie etc... ), is deze hiermee afgedaan. Dit geldt zowel voor de UT als
geheel als voor zijn personeelsleden, waaronder de heren Popma, Fluitman en Wallinga.
Namens het college van Bestuur, het hoofd van de dienst Personeel & Organisatie, drs.
P.F.Horsch Ik heb inderdaad de heren van Twente voor een getuige verklaring gevraagd, tja
ze beweren dat ze aantal zaken onderzocht hebben. Wat hebben ze onderzocht interesseert
mij. De nationale ombudsman zegt dat hij/zij niet bevoegd is om een wetenschappelijke fraude
van eind jaren tachtig te onderzoeken . Wat Will de doktertje van Twente zeggen ? of was het
een liefdesbrief ?
>dank je, benyounes, voor je samenvatting die kort en redelijk duidelijk is. >met name waar het de fraudekwestie betreft.
Je t'en prie Aldert :-) als iemand met een ernstige kwestie naar buiten komt, dan is hij verplicht duidelijkheid vrij te geven :-) >onder fraude versta ik bedrog, valsheid in geschrifte of zoiets. Maar jij hebt ook domein van fraude, belasting, wetenschappelijk etc...
>wetenschappelijke fraude is het vervalsen >van onderzoeksresultaten om bv. meetresultaten beter op een theorie te laten >aansluiten (zoals in het Volkskrant artikel).
Wat jij nu suggereert, is maar een type van wetenschappelijke fraude :-), een persoon met zijn werkstuk, bij mij de fout telt dubbel , anderen belazeren inclusief mijn persoon omdat mijn onderzoek was voor publicatie, en mij de schuld geven (als ik niet achterkom) van zijn delict :-) >waar in jouw verhaal hieronder is nu wetenschappelijk fraude in deze >betekenis te vinden? Simpel, buiten mijn kennis mijn preparaten manipuleren, en mij vervolgens een opdracht geven de resultaat te publiceren :-) Mijn eigen publicatie was een geval van fraude, de boosdoener was Aite, mijn superieur, en 't college van bestuur die wisten alles over :-). Omdat 't ging over een octrooi-aanvraag dan volgens hun blijft geheim, en ik, en ik, en ik ? en mijn eigen onderzoek ? en mijn carrière ? :-))))))) een mijn publicatie die een wetenschappelijke blunder was, en mijn eer goede naam ? Een vijand kan jou respecteren, maar een racist nooit :-) my own quote :-)
>dat aite jouw preparaten heeft gebruikt (misbruikt)
>voor eigen onderzoek zonder je te vertellen wat hij heeft gedaan is op zijn
>minst oncollegiaal, zeker als hij de resultaten heeft gebruikt voor een
>patentaanvrage (die niet is gehonoreerd blijkbaar), maat het is geen fraude.
>dat de universiteit hier ook geen fraudezaak in ziet,
Er is wel sprake van bedrog, valsheid in geschrifte etc... De probleem is dat geen onafhankelijke commissie de zaak onderzocht heeft. Er waren twee partijen en een klacht, maar nooit een onderzoek. De aanpak van de UT was verdacht, men beweerde dat Fluitman de zaak onderzocht heeft, maar Fluitman mijn ex-superieur was een deskundige in sensoren en weet geen bal van de problematiek :-) Triest nog is het feit dat de nationale ombudsman dit vinding negeerde !!! Heren ik zit al 9 jaar achter een onderzoek van een klacht :-) doe 't aub ? 1996 heb ik een melding bij 't college van bestuur ingediend, nou, brave mensen gaan als 'volgende benaderen : Wij mogen de jongen zijn wetenschappelijke toekomst niet verknallen voor een uurtje onderzoek :-) Maar ja dat doen ze niet omdat ze kampen met een ernstige winst filosofie syndroom :-)))), technische ondernemers die ken ik een beetje :-)
> is dan wel >begrijpelijk. men heeft blijkbaar (zie ombudsmanverhaal op je website) wel >geprobeerd aite zover te krijgen dat hij je alle informatie zou geven. als >aite dat dan niet doet en men kan in zijn verslagen geen andere informatie >vinden, dan houdt het een keer op.
In Augustus 1989 heb ik duidelijkheid gevraagd voordat ze naar Canada hun vuile was daar verkopen. 't was een gelegenheid voor hun om de kwestie te beëindigen, gewoon juist en volledig informatie vrij geven, dan had ik mijn onderzoek verder afgerond en naar Japan gevlogen, daar had ik een echte baan. Nee ze gingen door. Na hun terugkomst van Canada, in een gesprek met de tegenpartij kreeg ik te horen, 't gebeurd ook in bedrijven, zoek 't maar uit. Mijn onderzoek kwam in impasse, de resultaten waren zeer tegenstrijdig en helemaal niet wat ik verwachte of mijn redenering kan accepteren. Mijn toegang tot de werkruimte was niet meer mogelijk, en ik moest verder met dezelfde preparaten verder (Zie brief van Fluitman). Ik heb mijn superieur Fluitman vertrouwt dat er geen bedrog in de spel was. Daarna begon de intimidaties van de technici, " de ene maakt een preparaat kapot, de andere vervalst de planning zodanig dat ik die dag in de bibliotheek doorbreng etc.... Op een dag een analyse van de preparaten heeft mij de tweede informatie ingeleverd, aanwezigheid van stikstof, Guten Tag Twente, nadat ik had een abstract-publicatie gebaseerd op de vertrouwen gedoe van de superieur gestuurd. Ik heb gezegd heren wij moeten ophouden met dit gedoe, ik heb maar een paar maanden nog, ik heb mijn informatie nodig om verder te kunnen. Wallinga zegt nee, dan iedereen was achter. Op 't moment dat ik heb de personeelszaken en faculteitsdirecteur benaderd verwacht men een onderzoek van een onafhankelijke deskundige want de heer Aite was pas in 1991 naar Canada vertrokken. Zulke commissie kon de probleem oplossen, maar ze wisten dat ze fout waren, daarom kwam geen onderzoek (Zie Volkskrant artikel).
>je dienstmeisje-opmerkingen duiden erop dat je frustraties veel verder gaan >dan de wetenschappelijke kwestie.
Vriend geloof me, er zijn zeikerd die rondlopen binnen Philips en alle bedrijven met de enige gedachte " killing is my reason of life". Ik wist echt niet dat een zeikerd na een korte verblijf bij Philips en een jaar werkloosheid zou mij naar Twente bereiken. De Probleem is dat ik mijn verblijf bij Philips op papier neergezet heeft. Omdat mijn ex-hoogleraar inzage van 't rapport wenste met toestemming van Philips, dan was 't gebeurd. 't was een belediging voor hun want er was sprake van een intellectuele misbruik. De zeikerd (van Philips) vond dat ik mag alleen maar meten of een zieke HTS-er vervangen, tja 1987 was Nederland nog harder met buitenlanders :-) De Aite verschijnsel had ik voor 't eerst bij Philips in onbekende preparaten waargenomen. en die Aite had contacten met Philips....
>maar nogmaals, en reageer er eens op, >waarom sluit je het boek aite/ut niet en ga je niet een nieuwe uitdaging in >de wetenschap zoeken?
Op 't moment dat een academici een serieuze klacht indiende en die wordt niet onderzocht dan kom je nergens heen. Ik kreeg een telefoon van de zeikerd van Philips met een advies om in een andere richting omscholing te zoeken. Na mijn vertrek kwam ik achter dat Wallinga heeft ooit mijn sollicitatie bij Delft gesaboteerd. Fluitman dreigde met sancties als ik stap naar 't college van bestuur.. Verder, ze hebben mij wereld wijd zwart gemaakt, verhalen in mijn dossiers, intimidaties van de politie, aantal recht zaken met beschuldigingen van fraude etc...., problemen met de medische instanties, belastingdienst, gemeentelijke onderdelen, advocaten, scholen van mijn familie leden....ik sta nog :-) voor hoelang ? weet ik niet, maar ik zal zeker voor geen zeikerd buigen :-) Alles komt binnenkort in mijn home page, ik mis de vorm :-), maar kom niet met een kritiek van een zomaar complot theorie :-) ik ga echte documenten publiceren, en wie niet blij mee kan naar de rechter stappen :-)
Groet, Benyounes.
Uitgebreide omschrijving van een geval van een wetenschappelijke fraude. Na 9 jaar,
universiteit Twente weigerde nog steeds de kwestie te onderzoeken. Functie misbruik,
intimidaties, en weigering mijn klacht betreffend een wetenschappelijke fraude te onderzoeken
vormen de belangrijke aspecten van de zaak. De advocatuur in Nederland is helaas machteloos
tegen het geweld van een miniatuur universiteit. Tien jaar en maar liefst 50 advocaten
benaderd inclusief de nationale ombudsman zonder enige resultaat. De advocaten suggereren
dat een deskundige rapport een must is voor een juridische actie. Van mijn contacten met
deskundigen (alle universiteiten in Nederland en wetenschappelijke instanties, FOM, TNO,
STW, Octrooi instellingen etc...) blijkt dat men in Nederland een Universiteit vermijdt in een
juridische zaak te betrekken. De buitenlandse deskundigen beschouwen de zaak als een
Nederlandse kwestie. Artikel 13 van advocatenwet er toe dient te waarborgen dat iedere
rechtzoekende die de bijstand van een advocaat behoeft in een zaak waarin
vertegenwoordiging door een advocaat is vereist, een advocaat zal krijgt. Nee hoor, niet als
het gaat om een wetenschappelijke fraude bij universiteit Twente, waar men aantonen kan dat
medewerkers van de UT opzettelijk en onrechtmatig door hun optreden aan mij materiele
schade hebben berokkend. na zeven jaren "advocateren", krijg ik nog steeds geen zaak, de
deken van Almelo wil ook niet de artikel 13 toepassen. Het recht op recht is niet voor
iedereen!. Kwestie :Samenvattend, het ging over het testen door derde buiten mijn kennis van
experimenten in het kader van een octrooi-aanvraag op preparaten van mijn onderzoek en de
weigering van de universiteit mijn ingediende klacht te onderzoeken. 12 April 1990, mijn
schrijven Aan Prof.H.Wallinga, tevens ex-Chef. Geachte Heer W, ......schriftelijke aanvraag
van juiste en volledige gegevens betreffend handelingen van leden van zijn vakgroep op mijn
preparaten van mijn onderzoek Reactie van de heer H.Wallinga : 04 Mei 1990 ...Het betreft
het uitvoeren van routine receptuur en het is niet gebruikelijk dat over deze werkzaamheden
verder gerapporteerd wordt. Reactie van Ex-chef, de tweede, Prof.J.Fluitman : ..De wijze van
gegevensversterkking van de UT op basis van haar idee (UT) van samenwerking, is niet op
voorhand verdacht. Aanvraag ven deskundigen bijstand bij de TNO: Reactie van de TNO op
01 Maart 1995 : ...TNO heeft een werkrelatie met de UT waardoor wij van mening zijn niet
als onafhankelijke instantie te kunnen optreden in een zaak waarbij de UT is betrokken.
Wat denk je ?
Geen scheld reacties, die lees ik niet.
Hebt u interesse in de kwestie ? bezoek eens, www.tip.nl/users/b.elmrabat Hebt u vragen ? u krijgt alle beschikbare informatie. Hebt u problemen met mijn bericht ? koop een fiets en een ANWB handeleiding van wandel routes in NL, Het Net is niet voor jou.
Hier is een versalg van de konijnlijke nederlandse akademie van wetenschappen.
VAN :B.Elmrabat AAN: KNAW
Onderwerp : Melding van een wetenschappelijke fraude dat zich heeft voorgedaan bij faculteit Elektrotechniek van universiteit Twente, en aanvraag voor het opstellen van een deskundige rapport.
27 Januari 1998.
Geachte heer Zandbergen,
In 1988 was ik werkzaam bij de vakgroep TDM (Transductantie techniek en Materiaalkunde van de Faculteit der Elektrotechniek, universiteit Twente) om onderzoek te verrichten naar de ontwikkeling van een geïntegreerde hoekopnemer (sensor). Mijn twee jarige onderzoek activiteiten bij de UT was gebaseerd op onjuiste en onvolledige door derde aangeleverde gegevens. De Universiteit heeft geweigerd de kwestie door een onafhankelijke commissie te laten onderzoeken. In de laatste acht jaar is het mij niet gelukt om een onafhankelijke persoon of instelling te vinden die zou beschikbaar zijn de kwestie te onderzoeken en een deskundige rapport, waaruit blijkt dat het onderzoek gebaseerd is op onjuiste en onvolledige gegevens, te opstellen. Met dit schrijven vraag ik uw instelling om de kwestie te onderzoeken en over de mogelijkheid om een deskundigenrapport over de UT kwestie te kunnen opstellen. Bijgaand treft u aan een uitgebreide technische rapport over de UT kwestie, een korte rapport over een deel van mijn onderzoek activiteiten bij de UT, en de omstreden publikaties en standpunt van de tegenpartij. Wanneer u meer helderheid in mijn zaak zou wensen, dan verneem ik dat graag van u.
Op 06 Februari schreef de heer, C.H. Moen, namens het bestuurvan de Konijnlijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen het volgende :
Uit het door u meegezonden dossier blijkt dat het College van Bestuur van Universiteit Twente (brief d.d 8 November 1996) de door u ingediende klacht wegens wetenschappelijke fraude uitputtend heeft onderzocht en ongegrond heeft bevonden. Het College van Bestuur is de hoogste instantie die zich kan uitspreken over een dergelijke kwestie, die zich binnen de muren van de universiteit heeft afgespeeld. De KNAW io op geen enkele wijze bevoegd om in deze als instantie voor beroep of bezwaar op te treden.
Mijn reactie :
Onderwerp : Wetenschappelijke fraude dat zich heeft voorgedaan bij faculteit Elektrotechniek van universiteit
Twente, en aanvraag voor het opstellen van een deskundige rapport. Uw reactie van 06 Februari 1998, kenm.DIR/JSC/975.
10 Februari 1998.
Geachte heer Zandbergen,
Van uw schrijven van 06 Februari 1998 het volgend : Ik bestrijd ten zeerste dat de Universiteit heeft de kwestie door een onafhankelijke commissie onderzocht. Ik heb begrip voor uw standpunt om niet als instantie voor beroep of bezwaar in dezen op te treden, maar de KNAUW kan mijn aanvraag voor het opstellen van een onafhankelijke deskundige rapport honoreren. Daarover, heb ik geen reactie van u kunnen ontvangen. Met dit schrijven vraag ik uw instelling over de mogelijkheid om een technische deskundigen rapport over de UT kwestie te kunnen opstellen. Ik ben bereid alle verbonden kosten te betalen. Geen reactie.
Nog een brief
Onderwerp : Wetenschappelijke fraude dat zich heeft voorgedaan bij faculteit Elektrotechniek van universiteit Twente, en aanvraag voor het opstellen van een deskundige rapport. Uw reactie van 06 Februari 1998, kenm.DIR/JSC/975.
25 Februari 1998.
Geachte heer Moen,
Van uw schrijven van 06 Februari 1998 het volgend :
Ik bestrijd ten zeerste dat de Universiteit heeft de kwestie door een onafhankelijke commissie
onderzocht. De enige deskundige destijds bij de UT de heer Prof. Wallinga was direct bij de
kwestie betrokken, en kon niet als een onafhankelijke deskundige in mijn zaak optreden. Ik
heb begrip voor uw standpunt om niet als instantie voor beroep of bezwaar in dezen op te
treden, maar de KNAW kan mijn aanvraag voor het opstellen van een onafhankelijke
deskundige rapport honoreren. Daarover, heb ik geen reactie van u kunnen ontvangen. Met dit
schrijven vraag ik uw instelling over de mogelijkheid om een technische deskundigen rapport
over de UT kwestie te kunnen opstellen. Ik ben bereid alle verbonden kosten te betalen.
VERTROUWELIJK Aan: lone Wintels(Personeel en Organisatie) Van: H.Wallinga O.w: Elm'Rabat
Uit contacten met de voormalige begeleider van Elm'Rabat bij het Philips Nat.Lab. (de vorige werkkring van Elm'Rabat) is mij gebleken dat Elm'Rabat ook daar zijn ongenoegen over de gang van zaken aan de UT heeft geuit. Er werd mij duidelijk dat Elm'Rabat indertijd bij het Philips Nat.Lab. eveneens geen afdoende eindrapportage heeft afgeleverd en dat hij ook klaagt over onterechte behandeling en miskenning van zijn bijdrage aan het onderzoek bij Philips. Er kan geen sprake zijn van een misbruik van Philips gegevens door ons, zoals Elm'Rabat beweert. Hoewel dit een oplossing misschien niet dichterbij brengt, meen ik toch deze informatie door te moeten geven.
H.Wallinga schreef dit brief om aandacht over een kwestie (
www.tip.nl/users/b.elmrabat) te misleiden. Ik heb inderdaad de Philips mishandeling verzwegen, om geen probleem met de zieke reus te krijgen. Maar tja, de gefrustreerde kwaal had iets anders in zijn gedachten. De vraag wat te doen tegen deze kwaal ?Vraag van de nationale ombudsman. Is er een vaste procedure die dient te worden gevolgd in het geval van een melding van sabotage/fraude. Zo ja, is deze procedure in het geval van verzoeker gevolgd. Zo nee, Wie heeft/ hebben het onderzoek uitgevoerd en waar heeft het uit bestaan. Indien het onderzoek schriftelijk is vastgelegd dan ontvang ik daar graag een kopie van .
Reactie van het College van Bestuur : In het algemeen zal de procedure bij een dergelijke melding zijn dat men zich wendt tot de naast hogere in hiërarchie. Mocht deze geen gehoor geven of zelf bij de zaak betrokken zijn dan kan nog een tree hoger in de hiërarchie aan worden gesproken. In concreto: eerst naar de eigen hoogleraar, dan naar de decaan van de faculteit en vervolgens naar de rector van de universiteit. Hoewel er in de stukken uit 1990 niet gesproken wordt over wetenschappelijke fraude, is hier in grote lijnen wel deze procedure gevolgd. De eigen hoogleraren (Fluitman en Wallinga) en de decaan (Popma) zijn betrokken geweest bij het oplossen van de kwestie. Ook in 1996, toen de heer Elm'rabat terugkwam op dit onderwerp, is de heer Popma (nu in de rol van rector) betrokken geweest bij het beantwoorden van Elm'rabat's vragen.
Mijn reactie: Ik heb nooit nooit een technische gesprek met de heer Popma gehad. Verder de heer Popma een ex-medewerker van Philips een collega van de tegen partij was, zelfde vakgroep. Hoe kan hij dus als niet onafhankelijke deskundige de zaak beoordelen ? Ik heb hem voor een getuige verklaring of intrekking van zijn stelling gevraagd, maar die weigerd hij !!! Iemand heeft ooit het volgende geschreven :
"Toch kent vrijwel elke praktizerende wetenschapper wel een geval van merkwaardig mooie
meetresultaten, gemasseerde grafieken of aantoonbare oplichterij. In Nederland komen zulke
feiten echter zelden aan het licht. Men zoekt de zaken 'intern' uit en neemt binnenskamers
maatregelen. Een meldpunt voor fraude bestaat niet; een vorm van opvang of bescherming
voor whistleblowers evenmin. 'Zelfregulering' is het motto; we lossen het samen wel op ".
Onderwerp : Melding van een wetenschappelijke fraude dat zich heeft voorgedaan bij faculteit
Elektrotechniek van uw universiteit, en aanvraag van de FOM beoordeling rapport.
25 September 1996.
Geachte voorzitter,
In 1988 was ik werkzaam bij de vakgroep TDM (Transductantie techniek en Materiaalkunde
van de Faculteit der Elektrotech niek, universiteit Twente) om onderzoek te verrichten naar de
ontwikkeling van een geïntegreerde hoekopnemer (sensor). Mijn twee jarige onderzoek
activiteiten bij de UT was gebaseerd op onjuiste en onvolledige door derde aangeleverde
gegevens. De faculteit EL heeft destijds geweigerd de kwestie door een onafhankelijke
commissie te laten onderzoeken, en publikaties van de tegen partij achtergehouden. Mijn
recente aanvraag van een kopie van de wetenschappelijke beoordeling rapport van de FOM
van mijn onderzoek was ook niet gehonoreerd. De directeur van de FOM heeft mij om een
nieuw melding bij de Universiteit te dienen geadviseerd. Met dit schrijven vraag ik u uw
medewerking in de bovengenoemde kwestie. Ik heb een uitgebreide technische rapport over
de kwestie samen-gesteld, wanneer u meer helderheid in mijn zaak zou wen sen, dan verneem
ik dat graag van u. In afwachting van uw reactie, verblijf ik.
Notitie van de KNAW omtrent scientific misconduct
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek oktober 1995 ref.:dir/cm/6097
Inleiding Wetenschappelijk wangedrag lijkt betrekkelijk weinig voor te komen in Nederland. Het is niet onmogelijk dat dit meer zegt over de zichtbaarheid van het wangedrag dan over het aantal concrete gevallen dat zich voordoet. In de Verenigde Staten is wetenschappelijk wangedrag veel meer een "issue". Daar wordt bijv. binnen de National Institutes of Health (NIH) geschat dat wetenschappelijk wangedrag bij elke 1 op de 2000 onderzoeksprojecten voorkomt. Gezien de toenemende druk op onderzoekers tot presteren lijkt het niet uitgesloten dat wangedrag eerder toe- dan afneemt. Met het oog op de beroering die ontstaat wanneer wangedrag wordt geconstateerd, is het verstandig globale procedures en richtlijnen op te stellen waar organisaties (opdrachtgevers, financiers of onderzoekinstituten) op terug kunnen vallen wanneer wangedrag wordt geconstateerd.
Uitwerking Algemeen Wat onder wetenschappelijk wangedrag wordt verstaan is samengevat in bijlage 1. Vooropgesteld wordt dat in eerste instantie de onderzoekorganisaties zelf eindverantwoordelijk zijn voor het voorkomen en behandelen van wetenschappelijk wangedrag. Preventie: het voorkomen van wangedrag I. Specifiek op de organisatie/projectleider gerichte aandachtspunten/maatregelen: -1. In onderwijs en training van onderzoekers dient aan preventie van wetenschappelijk wangedrag aandacht te worden besteed. Normbesef dient te worden overgedragen met betrekking tot betrouwbare gegevensverwerking en statistische technieken, zorgvuldige rapportage, eer geven aan wie eer toekomt, volledige opgave literatuur referenties, correcte citaties. -2. Superviserende personen dienen ervoor te waken dat de druk (publish or perish) op individuele, i.h.b. jonge onderzoekers niet abnormaal wordt. Speciale aandacht is nodig voor de risico's van wetenschappelijk wangedrag als gevolg van de druk om externe financiering te verwerven. -3. Door onderzoekinstituten en onderzoekscholen dienen standaarden te worden ontwikkeld voor de uitvoering van experimenten (protocollen), dataver- en bewerking, publikaties, enz. Voorbeelden hiervan, die aan de Nederlandse situatie kunnen worden aangepast, zijn in de internationale literatuur aanwezig (zoals references pag. 116 t/m 121 uit: Scientific Dishonesty & Good Scientific Practice, Danish Medical Research Council). -4. Binnen het instituut/onderzoekschool moet er expliciet bekendheid aan worden gegeven dat men alert is op het bestaan van het fenomeen wetenschappelijk wangedrag en welke i.h.b. arbeidsvoorwaardelijke sancties tegen dergelijk gedrag bestaan.
II. Specifiek op de onderzoeker/werknemer gerichte aandachtspunten/maatregelen: -1. De onderzoeker dient op de hoogte te zijn van de hierboven onder I voor de organisatie genoemde aandachtspunten 1 t/m 4. -2. De onderzoeker dient doordrongen te zijn van de verwerpelijkheid van wetenschappelijk wangedrag en daarnaar te handelen.
III. De afzonderlijke universiteiten, alsmede KNAW en NWO zullen het elk voor hun eigen organisatie mogelijk moeten maken om gevallen van wangedrag te kunnen aanmelden. Aanbevolen wordt dat genoemde organisaties in voorkomende gevallen een eigen onafhankelijke commissie van deskundigen instellen.
Werkwijze commissie Een commissie als bovengenoemd stelt onder inachtnemming van een aantal zorgvuldigheidsregels een onderzoek in naar vermoed wangedrag.
Zorgvuldigheidsregels zijn in ieder geval:
rechtvaardige behandeling van de eventuele aanmelder van vermoede fraude.
rechtvaardige behandeling van beschuldigde, supervisor, ondergeschikten en andere collega's.
de betrokken commissie dient op de hoogte te zijn van de naam van de aanmelder maar
garandeert vertrouwelijke afhandeling.
korte procedures.
recht op een heldere, eenduidige uitspraak over het zich al dan niet hebben voorgedaan van
laakbaar gedrag.
De commissie dient vrij toegang te hebben tot alle benodigde gegevens en documenten,
faciliteiten, etc. Daartoe zullen de bevoegdheden van de commissie moeten worden
vastgelegd. Tevens dient aandacht te worden geschonken aan de relatie met het reguliere
recht.
De commissie maakt een rapport op dat voor commentaar wordt voorgelegd aan de
beschuldigde onderzoeker. Dit rapport dient een eenduidige conclusie te bevatten over het al
dan niet bewezen zijn van wetenschappelijk wangedrag.
De directie/het bestuur van de organisatie zal in voorkomend geval op basis van de conclusies
en aanbevelingen van de onderzoekscomlnissie de benodigde maatregelen nemen en sancties
dienen te treffen (zie bijlage 2).
Ten behoeve van de behandeling van uitzonderingsgevallen, bijv. wanneer specifieke
omstandigheden het onmogelijk maken binnen de eigen organisatie een geval van wangedrag
aan te melden of wanneer het geval zelf de competentie van de lokale commissie te boven
gaat, lijkt het aangewezen ad hoc een landelijke commissie in te laten stellen door de KNAW,
VSNU en NWO gezamenlijk.
Bijlage 1 Definitie wetenschappelijk wangedrag het vervalsen van gegevens het selectief heimelijk verwerpen van ongewenste resultaten het invoeren van fictieve gegevens het opzettelijk verkeerd gebruiken van statistische methoden om andere conclusies te bereiken dan de gegevens rechtvaardigen het opzettelijk verkeerd interpreteren van resultaten en conclusies plagiaat van resultaten of publikaties van anderen bewust verkeerd weergeven van resultaten van anderen zich ongerechtvaardigd voordoen als (mede)auteur zeer onzorgvuldig te werk gaan bij het verrichten of laten verrichten van onderzoek met behulp van misleiding subsidies (proberen te) verkrijgen
Bijlage 2 Sancties Sancties zijn - in volgorde van de omvang van de ernst - als volgt in te delen: a. maatregelen die gericht zijn op de beïnvloeding van gedrag. Hiervan is sprake bij bepaalde "lichtere" vormen van oneerlijkheid waaronder onbetrouwbaar en onbetamelijk gedrag. Dergelijke sancties moeten vaak voorwaardelijk getroffen worden. b. maatregelen die voor een bepaalde tijd gelden. Hiervan is sprake als er bewijs is van wetenschappelijk wangedrag zonder verreikende gevolgen: de geloofwaardigheid van onderzoek wordt niet in gevaar gebracht en er is geen sprake van negatieve effecten voor bijv. patiënten. c. Ernstige en permanente sancties. Deze moeten worden toegepast in die gevallen waar sprake is van ernstige negatieve gevolgen voor bijv. patiënten of van nadelige maatschappelijke gevolgen. Volgens het Deense model (zie Scientific dishonesty & good scientific practice, Danish Medical Research Council 1992) zijn de volgende sancties mogelijk: 1. het geven van een waarschuwing of reprimande 2. het overplaatsen naar een andere vakgroep of instelling 3. de ontzegging van toegang tot fondsen voor onderzoek voor een bepaalde tijd 4. de terugbetaling van voor het onderzoek verkregen financiële middelen 5. de ontzegging van het recht om onderwijs te geven (jus docendi)* 6. het terugeisen van academische graden daar waar wetenschappelijk wangedrag te herleiden is tot het gebruik van publikaties als basis voor de toekenning van de academische graad in kwestie 7. ontslag of degradatie
* niet in Nederland bestaand recht.
Einde van de Notitie inzake Wetenschappelijk Wangedrag