Bahasa Indonesia

 De Indonesische taal

 

Het grammaticale gedeelte is verhuisd naar

 

<< http://www.salindo.com/bahasa/ >>

 

 

Onbepaalde Telwoorden

alle;  van alles wat segala
allemaal; alle semua
enige, sommige, enkele beberapa
elk, iedereen tiap-tiap; tiap
genoeg cukup
ieder apart masing-masing
de meeste kebanyakan
veel, menige banyak
minder kurang
weinig sedikit

Voorbeeldzinnen

De (=alle) mensen gaan weg Semua orang pergi,
Iedereen maakt fouten Tiap orang bersalah.
Beetje bij beetje Sedikit-sedikit.
Veel mensen weten dat niet. Banyak orang tidak tahu
Dat is genoeg. Itu cukup.
Vandaag regent het een beetje. Hari ini hujan sedikit.
Alle goederen zijn stuk. Semua barang rusak.
Ik vraag een beetje suiker Saya meminta sedikit gula.
Ieder gaat naar zijn sawah. Masing-masing pergi ke sawahnya.
Sommige mensen zijn brutaal. Beberapa orang kurang jar.
De meeste kinderen zijn op school. Kebanyakan anak itu ada di sekolah.
Ik heb veel boeken thuis. Saya mumpunyai banyak buku di rumah
  Buku sya banyak.
Zijn vrouw is een beetje ziek. Isterinya sedikit sakit.

Verschil tussen tiap-tiap en masing-masing


Het verschil tussen tiap-tiap en masing-masing is dat tiap-tiap wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord en bij masing-masing verwezen wordt naar een zelfstandig naamwoord dat al genoemd wordt.

 

tiap-tiap kelompok elke groep.
kelompok itu masing-masing terdiri atas (dari) 11 orang. die groeperingen bestaan elk uit elf personen.